← Terug naar Kennisbank

BOR bezitseis & voortzettingseis: de voorwaarden uitgelegd

Wetaxus Team, Fiscaal specialisten, Wetaxus B.V. · · Bijgewerkt: 16 juni 2026

Kort antwoord: De BOR kent twee tijdseisen. De bezitseis: bij schenking moet de schenker minimaal 5 jaar ondernemer of aanmerkelijkbelanghouder zijn geweest, bij vererving moet de erflater minimaal 1 jaar ondernemer zijn geweest. De voortzettingseis: sinds 2025 moet de verkrijger de onderneming 3 jaar voortzetten (was 5 jaar).

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) maakt het mogelijk om een onderneming met een forse vrijstelling van schenk- of erfbelasting over te dragen. Maar die vrijstelling is geen gegeven: u moet aan strikte voorwaarden voldoen, zowel vóór de overdracht als erna. De twee belangrijkste zijn de bezitseis en de voortzettingseis. Wie ze niet kent, loopt het risico dat de Belastingdienst de vrijstelling alsnog terugneemt. In dit artikel leggen we beide eisen uit, inclusief de wijzigingen die in 2025 en 2026 zijn ingegaan.

Twijfelt u of uw situatie aan de BOR-voorwaarden voldoet? Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek — dan toetsen we samen de bezits- en voortzettingstermijn voor uw onderneming.

De bezitseis: de schenker of erflater moet de onderneming lang genoeg hebben bezeten

De bezitseis kijkt naar de periode vóór de overdracht. De gedachte erachter is eenvoudig: de BOR is bedoeld voor echte ondernemers die hun bedrijf doorgeven, niet voor wie kort vóór een schenking snel ondernemingsvermogen aankoopt om belasting te besparen.

Concreet gelden er twee verschillende termijnen, afhankelijk van hoe het bedrijf overgaat:

  • Bij schenking moet de schenker minimaal 5 jaar ondernemer of aanmerkelijkbelanghouder zijn geweest direct vóór de schenking.
  • Bij vererving geldt voor de erflater een kortere termijn: minimaal 1 jaar ondernemerschap vóór het overlijden.

Het verschil is logisch: een overlijden laat zich niet plannen, een schenking wel. Daarom is de drempel bij vererving lager.

Wijze van overdrachtWie wordt getoetstMinimale bezitstermijn
SchenkingSchenker5 jaar vóór de schenking
VerervingErflater1 jaar vóór het overlijden

De bezitseis is een harde toets op het overdrachtsmoment. U kunt een te korte bezitstermijn niet achteraf repareren. Wie een overdracht overweegt, doet er daarom goed aan om ruim van tevoren te beginnen — zeker als er nog een holdingstructuur moet worden opgezet. Hoe de BOR samenhangt met zo’n structuur leest u in ons artikel over de BOR-regeling en holdingstructuur.

De voortzettingseis: de verkrijger moet de onderneming blijven runnen

Waar de bezitseis naar het verleden kijkt, kijkt de voortzettingseis vooruit. De verkrijger — bijvoorbeeld een kind dat het bedrijf overneemt — moet de onderneming daadwerkelijk voortzetten of de verkregen aandelen behouden. Doet hij of zij dat niet, dan was de vrijstelling onterecht en wordt die teruggenomen.

Hier zit een van de belangrijkste recente wijzigingen. Sinds 1 januari 2025 is de voortzettingstermijn verkort van 5 jaar naar 3 jaar voor verkrijgingen vanaf 2025. De verkrijger moet de onderneming dus drie jaar voortzetten of de aandelen drie jaar behouden in plaats van de eerdere vijf.

Die verkorting is gunstig: de overnemer heeft sneller de vrije hand om bijvoorbeeld te verkopen, te herstructureren of strategisch te kiezen, zonder de vrijstelling te verspelen. Het maakt opvolging ook een stuk minder star.

Gevolg bij niet-voldoen: staakt de verkrijger de onderneming binnen de 3-jaarstermijn, of verkoopt hij de aandelen, dan vervalt de BOR-vrijstelling (deels) en volgt er alsnog een aanslag schenk- of erfbelasting. Het deel dat vervalt hangt af van wat er precies gebeurt en wanneer binnen de termijn.

Rekenvoorbeeld: voortzettingseis in de praktijk

Stel: een DGA schenkt in 2025 de aandelen van zijn werk-bv met €1.000.000 kwalificerend ondernemingsvermogen aan zijn dochter, en de overdracht valt volledig onder de BOR-vrijstelling.

  • Scenario A — dochter zet voort: zij houdt de aandelen en runt het bedrijf tot in 2028 (meer dan 3 jaar). De voortzettingseis is voldaan; de vrijstelling blijft volledig in stand.
  • Scenario B — dochter verkoopt te vroeg: zij verkoopt de aandelen al in 2027, dus binnen de 3-jaarstermijn. De voortzettingseis is geschonden; de BOR-vrijstelling vervalt (deels) en de Belastingdienst legt alsnog een aanslag schenkbelasting op.

Het verschil tussen beide scenario’s kan tienduizenden euro’s belasting schelen. Wilt u een indicatie van de vrijstelling in uw eigen situatie? Gebruik onze BOR-vrijstelling calculator.

Per 2026: herstructureringen resetten de termijn niet meer

Een veelgehoorde zorg was lange tijd dat een reorganisatie tijdens de bezits- of voortzettingstermijn de klok opnieuw liet beginnen. Dat hield ondernemers tegen om hun structuur te optimaliseren rond een overdracht.

Per 2026 is dat opgelost. Herstructureringen — zoals een fusie, een splitsing, een rechtsvormwijziging of bepaalde aandelentransacties — resetten de bezits- en voortzettingstermijn niet meer, mits uw subjectieve gerechtigdheid (het economische belang) ongewijzigd blijft. Met andere woorden: zolang u economisch dezelfde belanghebbende blijft, telt de tijd vóór en na de reorganisatie gewoon door.

Dit geeft veel meer flexibiliteit. U kunt nu binnen de termijn nog een holding tussenschuiven of de rechtsvorm aanpassen zonder de BOR in gevaar te brengen — op voorwaarde dat het belang materieel hetzelfde blijft. Een volledige overzicht van wat er rond de BOR verandert vindt u in wat wijzigt in de BOR 2025/2026.

De rollatormaatregel: langere bezitseis bij late ondernemers

Tegenover de versoepelingen staat een aanscherping. De zogeheten rollatormaatregel treedt per 2026 in werking en richt zich op mensen die pas op latere leeftijd ondernemer werden. De wetgever wil voorkomen dat de BOR wordt ingezet als laat fiscaal estate-planning-instrument: snel vermogen in een onderneming stoppen om het vervolgens belastingvrij door te schuiven.

Voor deze groep geldt een langere bezitstermijn:

  • Bij schenking loopt de vereiste bezitstermijn op tot ongeveer de AOW-leeftijd plus 7 jaar.
  • Bij vererving gaat het om ongeveer de AOW-leeftijd plus 3 jaar.

Wie ruim vóór de AOW-leeftijd al ondernemer was, merkt van deze maatregel niets. Maar wie kort voor of na de AOW-leeftijd een onderneming start, moet er rekening mee houden dat de standaard 5-jaarstermijn voor schenking dan niet volstaat.

Alleen ondernemingsvermogen telt mee — beleggingsvermogen niet

Een eis die nauw samenhangt met de bezits- en voortzettingstoets: de BOR geldt alleen voor ondernemingsvermogen. Beleggingsvermogen — denk aan een vastgoedportefeuille die los staat van de bedrijfsvoering of overtollige liquiditeiten — kwalificeert niet.

Tot voor kort bestond er een soepele uitzondering: de 5%-doelmatigheidsmarge, waarmee een beperkt deel beleggingsvermogen toch meetelde als ondernemingsvermogen. Die marge is per 2025 vervallen. Daardoor wordt een scherpe splitsing tussen ondernemings- en beleggingsvermogen belangrijker dan ooit. Vermogen dat eerst nog net binnen de marge viel, valt nu volledig buiten de vrijstelling.

Voor DGA’s met een holding betekent dit dat de inrichting van de structuur — wat zit waar, en waarom — bepalend is voor de uiteindelijke BOR-vrijstelling. Onze holding tarieven geven inzicht in wat het opzetten en beheren van zo’n structuur kost.

Overzicht: de eisen op een rij

OnderwerpRegelSinds wanneer
Bezitseis schenking5 jaar ondernemer/AB-houderBestaand
Bezitseis vererving1 jaar ondernemerschap erflaterBestaand
Voortzettingseis3 jaar (was 5 jaar)1 jan 2025
Herstructurering reset termijnNee, mits gelijk economisch belang2026
RollatormaatregelLangere bezitseis bij late ondernemers2026
BeleggingsvermogenTelt niet mee; 5%-marge vervallen2025

Plan met Wetaxus

De bezitseis en de voortzettingseis bepalen of uw bedrijfsoverdracht daadwerkelijk onder de BOR-vrijstelling valt — en de regels zijn in 2025 en 2026 op meerdere punten gewijzigd. Eén verkeerd getimede schenking of een te vroege verkoop kan een forse naheffing betekenen. Met de juiste planning vooraf voorkomt u dat.

Bij Wetaxus toetsen we uw situatie aan alle voorwaarden, brengen we ondernemings- en beleggingsvermogen scherp in kaart en stemmen we de overdracht af op de tijdseisen. Zo draagt u uw onderneming fiscaal optimaal over.

Klaar om uw bedrijfsopvolging op orde te brengen? Plan een kennismakingsgesprek met onze belastingadviseurs in Amsterdam.

Veelgestelde vragen

Hoe lang moet ik de onderneming bezitten voor de BOR?

Bij een schenking moet de schenker minimaal 5 jaar ondernemer of aanmerkelijkbelanghouder zijn geweest vóór de schenking. Bij vererving geldt voor de erflater een kortere termijn van minimaal 1 jaar vóór het overlijden. Dit heet de bezitseis.

Wat is de voortzettingseis bij de BOR?

De verkrijger moet de onderneming voortzetten of de aandelen behouden. Sinds 1 januari 2025 is deze voortzettingstermijn verkort van 5 naar 3 jaar voor verkrijgingen vanaf 2025. Voldoet u niet, dan vervalt de BOR-vrijstelling (deels) alsnog.

Wat verandert er per 2026 voor herstructureringen?

Per 2026 resetten herstructureringen zoals een fusie, splitsing, rechtsvormwijziging of aandelentransactie de bezits- of voortzettingstermijn niet meer, mits uw subjectieve gerechtigdheid (het economische belang) ongewijzigd blijft. Zo kunt u tijdens de termijn nog reorganiseren.

Wat is de rollatormaatregel in de BOR?

De rollatormaatregel per 2026 voert een langere bezitstermijn in voor wie op latere leeftijd ondernemer werd. Bij schenking loopt die op tot ongeveer de AOW-leeftijd plus 7 jaar, bij vererving tot ongeveer de AOW-leeftijd plus 3 jaar. Doel is om de BOR niet als laat estate-planning-instrument te misbruiken.

Telt beleggingsvermogen mee voor de BOR?

Nee. Alleen ondernemingsvermogen kwalificeert voor de BOR; beleggingsvermogen niet. De 5%-doelmatigheidsmarge waarmee een klein deel beleggingsvermogen toch meetelde, is per 2025 vervallen. Een zuivere splitsing van ondernemings- en beleggingsvermogen is daardoor belangrijker geworden.

Wat gebeurt er als ik niet aan de voortzettingseis voldoe?

Als u de onderneming binnen de termijn van 3 jaar staakt of de aandelen verkoopt, vervalt de BOR-vrijstelling (deels). De Belastingdienst legt dan alsnog een aanslag schenk- of erfbelasting op over het deel dat niet langer is vrijgesteld.

Kan ik de bezitseis nog repareren als de termijn niet vol is?

Niet achteraf. De bezitseis is een harde toets op het moment van schenken of overlijden. Wel kunt u vooruit plannen: door tijdig te starten met de 5-jaarstermijn voor schenking en de structuur (holding, ondernemingsvermogen) op orde te brengen, voorkomt u dat een overdracht buiten de BOR valt.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Onze specialisten helpen u graag met persoonlijk advies over uw specifieke situatie.

WhatsApp
Bel ons
E-mail