Doorschuifregeling box 2 (DSR) 2026: voorwaarden en samenloop met de BOR
De doorschuifregeling in box 2 (DSR) stelt de heffing van inkomstenbelasting over uw aanmerkelijkbelangaandelen uit wanneer u uw BV schenkt aan een opvolger of wanneer de aandelen vererven. In plaats van direct afrekenen over de waardestijging schuift de verkrijgingsprijs door naar de verkrijger, die de box 2-claim pas later voldoet. Voor familiebedrijven en holdingstructuren is de DSR daarmee een van de belangrijkste instrumenten bij een fiscaal verantwoorde bedrijfsopvolging. In dit artikel leggen we uit wat de doorschuifregeling precies inhoudt, welke voorwaarden gelden in 2026, hoe de DSR zich verhoudt tot de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en hoe beide faciliteiten op dezelfde overdracht samenlopen.
Bedrijfsopvolging via een holding? De DSR en de BOR komen het sterkst tot hun recht in een holdingstructuur. Lees ook ons uitgebreide artikel over de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de holding en bekijk onze tarieven voor holding-boekhouding.
Wat is de doorschuifregeling in box 2?
Als u een aanmerkelijk belang houdt — kort gezegd 5% of meer van de aandelen in een BV — valt het inkomen uit die aandelen in box 2 van de inkomstenbelasting. Naast dividend (regulier voordeel) wordt ook de vervreemdingswinst in box 2 belast: het verschil tussen de waarde van de aandelen bij overdracht en uw verkrijgingsprijs.
Schenkt u uw aandelen of vererven ze, dan is dat fiscaal een vervreemding. Zonder bijzondere regeling zou u (of uw nalatenschap) op dat moment moeten afrekenen over de volledige waardestijging in box 2. Bij een onderneming die in de loop der jaren fors in waarde is gestegen, kan die heffing oplopen tot een bedrag dat alleen met verkoop van (delen van) het bedrijf kan worden betaald — precies wat een bedrijfsopvolging in gevaar brengt.
De doorschuifregeling lost dit op door de heffing niet kwijt te schelden, maar uit te stellen. De verkrijger neemt de oorspronkelijke verkrijgingsprijs van de schenker of erflater over. De latente box 2-claim verschuift mee naar de toekomst en wordt pas gerealiseerd wanneer de verkrijger de aandelen op zijn beurt verkoopt of er dividend uit haalt. De DSR is dus een uitstelregeling, geen vrijstelling.
Doorschuiven bij schenking versus vererving
De doorschuifregeling kent twee toepassingen, met elk een eigen wettelijke basis en deels eigen voorwaarden:
| Situatie | Karakter overdracht | Kernpunt |
|---|---|---|
| Schenking van ab-aandelen | Overdracht bij leven | Verkrijger minimaal 21 jaar; gezamenlijk verzoek schenker en verkrijger |
| Vererving van ab-aandelen | Overgang krachtens erfrecht | Geen leeftijdseis; verzoek door de verkrijger(s) |
In beide gevallen geldt dat alleen het deel van de waarde dat ziet op ondernemingsvermogen mag doorschuiven. Het verschil zit vooral in de leeftijdseis (alleen bij schenking) en de wijze waarop het verzoek wordt ingediend.
Voorwaarden voor de DSR bij schenking
Voor het doorschuiven van de box 2-claim bij schenking van aanmerkelijkbelangaandelen gelden in 2026 de volgende kernvoorwaarden:
- Materiële onderneming. De vennootschap moet een materiële onderneming drijven (of een medegerechtigdheid houden). Een BV die uitsluitend belegt, kwalificeert niet.
- Alleen ondernemingsvermogen. De doorschuiving geldt uitsluitend voor zover de waarde van de aandelen is toe te rekenen aan ondernemingsvermogen. Over het beleggingsvermogen boven de marge wordt direct bij de schenker afgerekend in box 2.
- Verkrijger woont in Nederland. De verkrijger is een natuurlijk persoon die binnenlands belastingplichtig is, en de aandelen gaan niet behoren tot het vermogen van een eigen onderneming of werkzaamheid van de verkrijger.
- Minimumleeftijd 21 jaar. De verkrijger moet op het moment van de overdracht minimaal 21 jaar oud zijn.
- Gezamenlijk verzoek. Schenker en verkrijger dienen samen een verzoek in bij de Belastingdienst om de doorschuifregeling toe te passen.
De vervallen dienstbetrekkingseis
Tot en met 2024 gold een extra voorwaarde voor de DSR bij schenking: de verkrijger moest al minimaal 36 maanden in dienstbetrekking zijn van de vennootschap. Deze dienstbetrekkingseis is per 1 januari 2025 afgeschaft en geldt in 2026 dus niet meer. In de plaats daarvan kwam de hierboven genoemde minimumleeftijd van 21 jaar. Een opvolger hoeft dus niet langer eerst drie jaar in loondienst te zijn geweest voordat de aandelen met toepassing van de DSR kunnen worden geschonken.
Voorwaarden voor de DSR bij vererving
Bij overgang krachtens erfrecht geldt dezelfde kern: doorschuiven kan alleen voor zover de waarde van de aandelen ziet op ondernemingsvermogen van een materiële onderneming. Over het beleggingsvermogen wordt bij de erflater afgerekend in box 2.
De belangrijkste verschillen met de schenkingsvariant:
- Geen leeftijdseis. Bij vererving geldt geen minimumleeftijd. Een erfgenaam die jonger is dan 21 jaar kan de doorschuifregeling gewoon toepassen.
- Verzoek door de verkrijger. De verkrijger (of de gezamenlijke erfgenamen) dient het verzoek in. De verkrijgingsprijs van de erflater schuift dan door naar de verkrijger.
Ook bij vererving geldt — net als bij schenking — dat de verkrijger binnenlands belastingplichtig moet zijn.
De ondernemingsvermogen-eis en de 5%-doelmatigheidsmarge
De doorschuifregeling is uitdrukkelijk een ondernemingsfaciliteit: alleen waarde die samenhangt met de daadwerkelijke onderneming mag doorschuiven. Beleggingsvermogen valt er in beginsel buiten. Heeft uw BV bijvoorbeeld een overtollige beleggingsportefeuille of aan derden verhuurd vastgoed op de balans, dan wordt over dat deel bij de overdracht afgerekend in box 2.
Op die hoofdregel bestaat in 2026 nog één belangrijke verzachting: de 5%-doelmatigheidsmarge. Beleggingsvermogen tot maximaal 5% van het ondernemingsvermogen mag voor de DSR meeschuiven als ware het ondernemingsvermogen. Een beperkte beleggingsbuffer hoeft de doorschuiving dus niet te frustreren.
Belangrijk om te weten: deze 5%-marge is voor de BOR in de schenk- en erfbelasting per 1 januari 2025 afgeschaft, maar voor de DSR is de marge in 2026 nog steeds van kracht. De afschaffing voor de DSR is uitgesteld tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en was medio 2026 nog niet in werking getreden. Er bestaat op dit punt dus een bewuste asymmetrie tussen de twee regelingen: voor het ene onderdeel van een bedrijfsopvolging (schenk-/erfbelasting via de BOR) telt beleggingsvermogen helemaal niet meer mee, terwijl voor het andere onderdeel (box 2 via de DSR) een kleine marge nog wél bestaat.
| Faciliteit | Belasting | 5%-marge in 2026 |
|---|---|---|
| DSR (doorschuifregeling) | Inkomstenbelasting box 2 | Ja, nog van kracht |
| BOR (bedrijfsopvolgingsregeling) | Schenk- en erfbelasting | Nee, afgeschaft per 1-1-2025 |
Verschil tussen de BOR en de DSR
De BOR en de DSR worden in de praktijk vaak in één adem genoemd, maar het zijn twee verschillende faciliteiten voor twee verschillende belastingen. Wie de bedrijfsopvolging goed wil structureren, moet het onderscheid scherp hebben.
- De doorschuifregeling (DSR) ziet op de inkomstenbelasting in box 2 en geeft uitstel. De box 2-claim over de waardestijging van de aandelen verdwijnt niet, maar schuift door naar de verkrijger.
- De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) ziet op de schenk- en erfbelasting en geeft een (gedeeltelijke) vrijstelling, dus afstel. De verkrijger betaalt over het vrijgestelde deel geen schenk- of erfbelasting.
Kort samengevat: waar de DSR zorgt voor uitstel van inkomstenbelasting, zorgt de BOR voor afstel van schenk- en erfbelasting.
| Kenmerk | DSR | BOR |
|---|---|---|
| Belasting | Inkomstenbelasting (box 2) | Schenk- en erfbelasting |
| Effect | Uitstel (verkrijgingsprijs schuift door) | Vrijstelling (gedeeltelijk afstel) |
| Wie heeft het voordeel | Schenker/erflater (geen afrekening box 2 nu) | Verkrijger (lagere schenk-/erfbelasting) |
| Verzoek nodig | Ja | Ja |
Samenloop van BOR en DSR bij dezelfde overdracht
Het mooie is dat de twee regelingen elkaar niet uitsluiten: bij dezelfde schenking of vererving van aanmerkelijkbelangaandelen kunnen de BOR en de DSR naast elkaar worden toegepast. Omdat ze op verschillende belastingen zien, stapelen de voordelen:
- De DSR voorkomt dat over de waardestijging van de aandelen direct inkomstenbelasting in box 2 is verschuldigd — de claim schuift door naar de opvolger.
- De BOR zorgt ervoor dat over (een groot deel van) de waarde geen schenk- of erfbelasting hoeft te worden betaald.
In een optimaal gestructureerde bedrijfsopvolging worden beide faciliteiten dus gecombineerd. Wel heeft elke regeling haar eigen voorwaarden en haar eigen verzoek. Het is goed mogelijk dat aan de ene faciliteit wél en aan de andere níet (volledig) wordt voldaan — bijvoorbeeld doordat de bezits- of voortzettingseisen van de BOR andere termijnen kennen dan de DSR. Een bedrijfsopvolging vraagt daarom om een gezamenlijke beoordeling van beide regelingen vooraf.
Voorbeeld: samenloop in de praktijk
Stel, een ondernemer schenkt de aandelen in zijn BV (een actieve onderneming) aan zijn 30-jarige dochter:
- Zonder regelingen zou de ondernemer in box 2 moeten afrekenen over de waardestijging van de aandelen, én zou de dochter schenkbelasting verschuldigd zijn over de verkrijging.
- Met de DSR schuift de box 2-claim door naar de dochter: de ondernemer rekent nu niet af, de dochter neemt de verkrijgingsprijs over.
- Met de BOR blijft de schenkbelasting over (een groot deel van) de ondernemingswaarde achterwege.
De dochter voldoet aan de leeftijdseis (ouder dan 21 jaar) en is binnenlands belastingplichtig, en de BV drijft een materiële onderneming. Beide faciliteiten kunnen hier dus samenlopen — mits aan alle afzonderlijke voorwaarden is voldaan en voor beide tijdig een verzoek wordt ingediend.
Box 2-tarieven 2026: waar gaat het uitstel over?
Om de waarde van het uitstel te begrijpen, is het goed te weten welke heffing u met de DSR doorschuift. Box 2 kent in 2026 twee schijven:
| Box 2-inkomen | Tarief 2026 |
|---|---|
| Tot € 68.843 | 24,5% |
| Vanaf € 68.843 | 31% |
Dit tarief geldt zowel voor regulier voordeel (dividend) als voor de vervreemdingswinst bij verkoop van de aandelen. De doorschuifregeling stelt precies deze heffing uit: zonder DSR zou over de volledige waardestijging in box 2 worden geheven, grotendeels tegen het toptarief van 31% zodra het box 2-inkomen boven € 68.843 uitkomt.
Heeft u een fiscale partner, dan is box 2-inkomen vrij toerekenbaar tussen u beiden. Samen kunt u daardoor tot € 137.686 (twee maal € 68.843) tegen het lage tarief van 24,5% laten belasten in 2026. Bij de uiteindelijke realisatie van de doorgeschoven claim — door verkoop of dividend — kan die partnerverdeling de effectieve druk verlagen. Meer over het optimaal uitkeren van box 2-inkomen leest u in ons artikel over de dividend-uitkeringsstrategie.
DSR of toch afrekenen? Een afweging
De doorschuifregeling is niet in alle gevallen automatisch de beste keuze. Het is een uitstel, geen kwijtschelding — de box 2-claim blijft op de aandelen rusten en wordt door de opvolger overgenomen tegen de oude, lage verkrijgingsprijs. Daardoor kan de uiteindelijke heffing bij de opvolger juist hoger uitvallen.
Enkele afwegingen:
- Uitstel is meestal voordelig wanneer direct afrekenen tot een grote, lastig te financieren box 2-heffing zou leiden en de onderneming wordt voortgezet.
- Bewust afrekenen kan aantrekkelijk zijn als de waardestijging beperkt is, of als de huidige eigenaar gebruik kan maken van het lage box 2-tarief (24,5%) terwijl een latere realisatie naar verwachting (mede) in de 31%-schijf valt.
- De aanwezigheid van beleggingsvermogen bepaalt mede de uitkomst: over het beleggingsdeel (boven de 5%-marge) wordt sowieso afgerekend, ongeacht de DSR.
Deze afweging vraagt om een berekening op maat, waarin de huidige box 2-druk, de verwachte toekomstige druk bij de opvolger en de samenloop met de BOR worden meegenomen.
Veelgemaakte aandachtspunten
Tot slot een aantal punten waar het bij de doorschuifregeling in de praktijk vaak misgaat:
- Verzoek vergeten. De DSR werkt niet automatisch — er moet een (gezamenlijk) verzoek bij de Belastingdienst worden ingediend. Zonder verzoek volgt afrekening in box 2.
- Beleggingsvermogen onderschat. Overtollige liquiditeiten, een beleggingsportefeuille of aan derden verhuurd vastgoed verkleinen het deel dat mag doorschuiven. Een tijdige opschoning van de balans kan helpen.
- BOR en DSR door elkaar halen. Voldoen aan de DSR betekent niet automatisch dat ook aan de BOR is voldaan (en omgekeerd). Beide hebben eigen voorwaarden.
- Leeftijdseis bij schenking. Bij schenking moet de verkrijger 21 jaar of ouder zijn. Bij een voorgenomen schenking aan een (klein)kind onder de 21 is doorschuiven via schenking niet mogelijk.
Conclusie
De doorschuifregeling in box 2 is een krachtig instrument om de inkomstenbelasting bij een bedrijfsopvolging uit te stellen in plaats van direct af te rekenen. De DSR werkt alleen voor het ondernemingsvermogen van een materiële onderneming, vereist bij schenking een verkrijger van minimaal 21 jaar en een gezamenlijk verzoek, en kent in 2026 nog de 5%-doelmatigheidsmarge die voor de BOR al is afgeschaft. In combinatie met de bedrijfsopvolgingsregeling — die de schenk- en erfbelasting verzacht — vormt de DSR de kern van een fiscaal verantwoorde overdracht van uw BV of holding.
Wilt u uw bedrijfsopvolging tijdig en fiscaal optimaal voorbereiden, inclusief de samenloop van DSR en BOR? Bekijk onze tarieven voor holding-boekhouding of plan een gratis kennismakingsgesprek.
Veelgestelde vragen
Wat is de doorschuifregeling aanmerkelijk belang?
De doorschuifregeling (DSR) in box 2 stelt de heffing van inkomstenbelasting over de waardestijging van uw aanmerkelijkbelangaandelen uit. Bij schenking of vererving van de aandelen schuift de verkrijgingsprijs door naar de verkrijger, zodat er op dat moment niet hoeft te worden afgerekend in box 2. De claim verdwijnt niet, maar verschuift naar de toekomst: de verkrijger neemt de oude verkrijgingsprijs over en betaalt de box 2-belasting pas bij een latere verkoop of dividenduitkering.
Wat is het verschil tussen de BOR en de DSR?
De DSR en de BOR zijn twee verschillende faciliteiten voor twee verschillende belastingen. De doorschuifregeling ziet op de inkomstenbelasting in box 2 en geeft uitstel: de box 2-claim schuift door naar de verkrijger. De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) ziet op de schenk- en erfbelasting en geeft een vrijstelling, dus gedeeltelijk afstel. Bij een schenking of vererving van BV-aandelen kunnen beide tegelijk spelen.
Kan ik de BOR en de DSR tegelijk toepassen?
Ja. Bij dezelfde schenking of vererving van aanmerkelijkbelangaandelen kunnen de BOR en de DSR naast elkaar worden toegepast. De DSR zorgt voor uitstel van de inkomstenbelasting in box 2, de BOR voor een vrijstelling in de schenk- of erfbelasting. Beide faciliteiten hebben eigen voorwaarden en vereisen een eigen verzoek bij de Belastingdienst.
Voor welk deel van mijn BV geldt de doorschuifregeling?
De DSR geldt alleen voor zover de waarde van de aandelen is toe te rekenen aan ondernemingsvermogen van een materiële onderneming. Over het beleggingsvermogen wordt op het moment van de overdracht afgerekend in box 2. In 2026 geldt voor de DSR nog wel een doelmatigheidsmarge: beleggingsvermogen tot maximaal 5% van het ondernemingsvermogen mag meeschuiven.
Geldt de 5%-doelmatigheidsmarge in 2026 nog voor de DSR?
Ja. Voor de doorschuifregeling aanmerkelijk belang geldt de 5%-doelmatigheidsmarge in 2026 nog steeds. Voor de BOR in de schenk- en erfbelasting is deze marge per 1 januari 2025 afgeschaft. De afschaffing voor de DSR is uitgesteld tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en was medio 2026 nog niet in werking. Er is dus een verschil tussen de BOR en de DSR op dit punt.
Welke leeftijdseis geldt voor de doorschuifregeling bij schenking?
Bij schenking van aanmerkelijkbelangaandelen moet de verkrijger op het moment van de overdracht minimaal 21 jaar oud zijn. Deze leeftijdseis geldt sinds 1 januari 2025 voor zowel de DSR als de BOR. Bij vererving geldt geen minimumleeftijd: een erfgenaam jonger dan 21 jaar kan de doorschuifregeling gewoon toepassen.