Als u een holding structuur heeft met één of meerdere dochter-BV’s, komt vroeg of laat de vraag: moeten we een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting aanvragen? Het antwoord is genuanceerder dan veel ondernemers denken. In dit artikel leggen we uit wat een fiscale eenheid Vpb precies inhoudt, wanneer het voordelig is, en wanneer u er juist beter van af kunt zien.
Wat is een fiscale eenheid Vpb?
Een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting (Vpb) houdt in dat twee of meer vennootschappen voor de belasting worden behandeld alsof ze één belastingplichtige zijn. De moedervennootschap dient één gecombineerde Vpb-aangifte in voor de gehele groep.
Concreet betekent dit:
- Winsten en verliezen van alle gevoegde vennootschappen worden samengevoegd
- Onderlinge transacties worden voor de Vpb genegeerd (ze tellen niet mee)
- Er is slechts één Vpb-aangifte voor de gehele groep
- De eerste schijf van €200.000 (19% tarief) geldt één keer voor het totaal
Verschil met fiscale eenheid BTW
Het is belangrijk om te begrijpen dat de fiscale eenheid voor de Vpb en de fiscale eenheid voor de BTW twee volledig aparte regelingen zijn. Ze hebben verschillende voorwaarden, worden apart aangevraagd en hoeven niet dezelfde vennootschappen te omvatten.
| Aspect | Fiscale eenheid Vpb | Fiscale eenheid BTW |
|---|---|---|
| Doel | Samenvoegen winst/verlies Vpb | Samenvoegen BTW-prestaties |
| Aandeleneis | 95% juridisch en economisch | Financieel, organisatorisch, economisch verweven |
| Aanvraag | Verzoek bij Belastingdienst | Verzoek bij Belastingdienst |
| Effect | Eén Vpb-aangifte | Eén BTW-aangifte, interne leveringen onbelast |
| Hoofdelijke aansprakelijkheid | Ja, voor Vpb | Ja, voor BTW |
In dit artikel bespreken we uitsluitend de fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting.
Voorwaarden voor een fiscale eenheid Vpb
De wet stelt strikte voorwaarden. Alle moeten tegelijkertijd worden vervuld:
1. Bezitseis: minimaal 95% van de aandelen
De moedervennootschap moet minimaal 95% van de aandelen bezitten in de dochter, zowel:
- Juridisch — 95% van het stemrecht
- Economisch — 95% van het recht op winst en vermogen
Bij een standaard holding-werkmaatschappij structuur (100% deelneming) is dit altijd het geval. Problemen kunnen ontstaan bij:
- Certificering van aandelen (STAK)
- Participatieregelingen voor werknemers
- Joint ventures (minder dan 95% belang)
2. Vestigingsplaats: Nederland
Zowel de moeder als de dochter moeten in Nederland gevestigd zijn. Buitenlandse dochters kunnen niet in een Nederlandse fiscale eenheid worden opgenomen. Voor in het buitenland gevestigde vennootschappen met een Nederlands filiaal gelden afwijkende regels.
3. Gelijk boekjaar
Alle vennootschappen in de fiscale eenheid moeten hetzelfde boekjaar hanteren. Een holding met boekjaar 1 januari - 31 december kan geen fiscale eenheid vormen met een dochter die een gebroken boekjaar heeft (bijvoorbeeld 1 april - 31 maart).
4. Rechtsvorm: BV of NV
Alleen vennootschappen met de rechtsvorm BV (besloten vennootschap) of NV (naamloze vennootschap) kunnen deel uitmaken van een fiscale eenheid Vpb. Stichtingen, verenigingen, coöperaties en buitenlandse rechtsvormen komen niet in aanmerking.
5. Zelfde winstbepalingsregels
De vennootschappen moeten hun winst op dezelfde wijze berekenen. Dit is in de praktijk vrijwel altijd het geval bij reguliere BV’s.
Hoe vraagt u een fiscale eenheid aan?
Het verzoek
U dient een verzoek in bij de Belastingdienst via het formulier “Verzoek vorming fiscale eenheid vennootschapsbelasting”. Dit kan digitaal of per post.
In het verzoek vermeldt u:
- De moedervennootschap (naam, RSIN, KvK-nummer)
- De dochter(s) die u wilt voegen
- De gewenste ingangsdatum
Terugwerkende kracht
Een fiscale eenheid kan met maximaal 3 maanden terugwerkende kracht worden aangevraagd. Dit betekent dat als u op 15 maart een verzoek indient, de fiscale eenheid kan ingaan per 1 januari van datzelfde jaar.
Voorbeeld: u richt op 1 februari een werkmaatschappij op. Op 20 april dient u het verzoek in voor een fiscale eenheid per 1 februari. Dit valt binnen de 3-maandstermijn en wordt gehonoreerd.
Beschikking
De Belastingdienst beoordeelt het verzoek en geeft een beschikking af. Hierin wordt bevestigd of de fiscale eenheid is goedgekeurd en per welke datum deze ingaat. Bewaar deze beschikking goed — u heeft hem nodig bij toekomstige wijzigingen of verbreking.
Voordelen van een fiscale eenheid Vpb
1. Horizontale verliesverrekening
Het belangrijkste voordeel: winsten en verliezen van de gevoegde vennootschappen worden direct met elkaar verrekend binnen hetzelfde boekjaar.
Rekenvoorbeeld:
| Zonder fiscale eenheid | Met fiscale eenheid | |
|---|---|---|
| Holding-BV: winst | €30.000 | samengevoegd |
| Werkmaatschappij: verlies | -€50.000 | samengevoegd |
| Totaal belastbaar | Holding: €30.000 / Werk-BV: €0 | -€20.000 |
| Vpb verschuldigd | €30.000 × 19% = €5.700 | €0 |
| Besparing | — | €5.700 |
Zonder fiscale eenheid betaalt de holding €5.700 Vpb, terwijl het verlies van de werkmaatschappij alleen voorwaarts verrekend kan worden met toekomstige winst van diezelfde werkmaatschappij. Met een fiscale eenheid worden de €30.000 winst en €50.000 verlies direct gesaldeerd, en betaalt u per saldo niets.
Dit is bijzonder waardevol in situaties waar:
- Een nieuwe werkmaatschappij in de opstartfase verlies maakt
- Een bestaande werkmaatschappij een slecht jaar heeft
- De holding inkomsten heeft uit management fee terwijl de werkmaatschappij verliest
2. Interne transacties worden genegeerd
Binnen een fiscale eenheid worden onderlinge transacties (management fee, intercompany leningen, doorbelastingen) voor de Vpb geneutraliseerd. Dit vereenvoudigt de fiscale positie:
- De management fee van de werkmaatschappij aan de holding is geen kosten/opbrengst meer voor Vpb-doeleinden
- Intercompany leningen genereren geen belastbare rente
- Onderlinge leveringen en diensten zijn fiscaal neutraal
Let op: voor de BTW blijven deze transacties wél relevant (tenzij er ook een fiscale eenheid BTW is).
3. Eén Vpb-aangifte
In plaats van voor elke vennootschap apart een Vpb-aangifte in te dienen, volstaat één gecombineerde aangifte op naam van de moedervennootschap. Dit bespaart administratieve lasten en advieskosten.
4. Eénmalige drempel voor specifieke regelingen
Bepaalde fiscale regelingen kennen drempels die bij een fiscale eenheid slechts één keer gelden. Dit kan zowel voordelig als nadelig uitpakken (zie nadelen).
Nadelen van een fiscale eenheid Vpb
1. Hoofdelijke aansprakelijkheid
Alle vennootschappen in de fiscale eenheid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de volledige Vpb-schuld van de eenheid. Als de moeder niet kan betalen, kan de Belastingdienst de dochter aanspreken — en andersom.
Dit ondermijnt een belangrijk voordeel van de holding-structuur: risicospreiding. Als de werkmaatschappij in financiële problemen komt, kan de Belastingdienst de holding aanspreken voor openstaande Vpb-schulden van de werkmaatschappij.
2. Verlies van een eerste Vpb-schijf
Dit is in de praktijk het meest onderschatte nadeel. De eerste schijf van €200.000 met het lage tarief van 19% geldt bij een fiscale eenheid slechts één keer voor het totaal.
Rekenvoorbeeld:
| Zonder fiscale eenheid | Met fiscale eenheid | |
|---|---|---|
| Holding-BV: winst | €150.000 | samengevoegd |
| Werkmaatschappij: winst | €180.000 | samengevoegd |
| Totaal winst | €330.000 | €330.000 |
| Vpb berekening | Holding: €150.000 × 19% = €28.500 | Eerste €200.000 × 19% = €38.000 |
| Werk-BV: €180.000 × 19% = €34.200 | Boven €200.000: €130.000 × 25,8% = €33.540 | |
| Totaal Vpb | €62.700 | €71.540 |
| Verschil | — | €8.840 méér belasting |
In dit voorbeeld kost de fiscale eenheid €8.840 extra Vpb per jaar. Dit komt doordat zonder fiscale eenheid beide BV’s hun eigen eerste schijf van €200.000 hebben (totaal €400.000 aan 19%), terwijl in de fiscale eenheid slechts €200.000 tegen 19% wordt belast.
Vuistregel: zodra de gezamenlijke winst boven €200.000 uitkomt, verliest u door de fiscale eenheid een deel van het tariefsvoordeel.
3. Ontvoegingsperikelen
Bij verbreking van de fiscale eenheid (bijvoorbeeld bij verkoop van een dochter) gelden complexe regels:
- Verliezen moeten worden toegerekend aan de veroorzakende vennootschap
- Bepaalde fiscale claims kunnen “herleven”
- Er gelden sanctiebepalingen die misbruik voorkomen
Dit maakt het verbreken van een fiscale eenheid een administratief en fiscaal complex proces dat deskundige begeleiding vereist.
4. Beperking verliesverrekening bij ontvoegen
Na ontvoegen kunnen verliezen die zijn ontstaan tijdens de fiscale eenheid niet zomaar worden meegnomen door de ontvoegde dochter. Er gelden beperkende voorwaarden die bepalen welk deel van het verlies aan welke vennootschap wordt toegerekend.
Wanneer is een fiscale eenheid zinvol?
Zinvol in deze situaties:
Situatie 1: Verlies-BV naast winst-BV
U start een nieuwe werkmaatschappij die in de eerste jaren verlies maakt, terwijl uw bestaande werkmaatschappij of holding winst maakt. Door een fiscale eenheid kunt u het verlies direct verrekenen met de winst.
Situatie 2: Veel interne transacties
Als holding en werkmaatschappij veel onderlinge transacties hebben (management fee, doorbelastingen, intercompany leningen), vereenvoudigt een fiscale eenheid de Vpb-positie. De transacties worden voor de Vpb geneutraliseerd.
Situatie 3: Gezamenlijke winst onder €200.000
Als de totale winst van alle vennootschappen samen onder €200.000 blijft, is er geen verlies van de extra eerste schijf en biedt de fiscale eenheid alleen voordelen (vereenvoudiging, verliesverrekening).
Niet zinvol in deze situaties:
Situatie 1: Beide BV’s zijn winstgevend, elk onder €200.000
U verliest een eerste schijf. Iedere BV betaalt apart 19% over haar winst. In de fiscale eenheid wordt het deel boven €200.000 totaal belast tegen 25,8%.
Situatie 2: Verkoop van een dochter is gepland
Als u van plan bent om een werkmaatschappij binnen enkele jaren te verkopen, kan een fiscale eenheid de verkoop compliceren. De ontvoegingsregels en mogelijke sanctiebepalingen maken het proces duurder en complexer.
Situatie 3: Risicospreiding is prioriteit
De hoofdelijke aansprakelijkheid voor Vpb-schulden ondermijnt de risicospreiding van de holding-structuur. Als bescherming van het holdingvermogen prioriteit heeft, is een fiscale eenheid minder geschikt.
Verbreken en ontvoegen
Vrijwillige ontvoegen
U kunt op elk moment een verzoek indienen om de fiscale eenheid te verbreken. Dit gaat in per de eerste dag van het boekjaar volgend op het verzoek, of met terugwerkende kracht tot het begin van het lopende boekjaar (mits tijdig ingediend).
Verplichte ontvoegen
De fiscale eenheid wordt automatisch verbroken als niet meer aan de voorwaarden wordt voldaan:
- Het aandelenbelang daalt onder 95% (bijvoorbeeld bij verkoop van aandelen)
- Een dochter verhuist naar het buitenland
- Het boekjaar wordt gewijzigd waardoor het niet meer gelijk loopt
Gevolgen van ontvoegen
Bij ontvoegen treden de volgende gevolgen op:
Verliestoerekening: de Belastingdienst rekent verliezen toe aan de vennootschap die ze heeft veroorzaakt. Dit vereist een reconstructie van de individuele resultaten over de jaren van de fiscale eenheid.
Sanctiebepaling (artikel 15ai Wet Vpb): deze bepaling voorkomt dat verliezen die tijdens de fiscale eenheid zijn ontstaan, na ontvoegen worden verrekend met winsten die feitelijk niet bij die vennootschap horen. De sanctiebepaling beperkt de verliesverrekening als:
- Het verlies is ontstaan bij vennootschap A tijdens de fiscale eenheid
- De winst na ontvoegen wordt behaald uit activiteiten die oorspronkelijk bij vennootschap B hoorden
Herwaardering: in bepaalde gevallen moeten activa en passiva worden herwaardeerd bij ontvoegen, wat tot een directe belastingheffing kan leiden.
Spoedreparatiemaatregelen 2018
In 2018 heeft de wetgever zogenaamde spoedreparatiemaatregelen ingevoerd voor de fiscale eenheid Vpb. Dit was een reactie op Europese jurisprudentie die de reikwijdte van de fiscale eenheid ter discussie stelde.
De belangrijkste gevolgen:
Renteaftrekbeperkingen gelden per vennootschap
Bepaalde renteaftrekbeperkingen (zoals de earningsstrippingregeling en specifieke anti-misbruikbepalingen) worden sinds 2018 per individuele vennootschap toegepast, alsof de fiscale eenheid niet bestaat. Dit betekent dat:
- De drempel van €1.000.000 voor de earningsstripping per vennootschap geldt (niet voor de eenheid als geheel)
- De 24,5%-EBITDA-grens per vennootschap wordt berekend
Deelnemingsvrijstelling bij interne verhoudingen
De spoedreparatie bepaalt dat bij toetsing van de deelnemingsvrijstelling, bepaalde interne verhoudingen worden “weggedacht”. In de praktijk heeft dit vooral gevolgen bij complexere structuren met buitenlandse elementen.
Praktische impact
Voor de gemiddelde holding-werkmaatschappij structuur in het MKB zijn de spoedreparatiemaatregelen van beperkte praktische impact. Ze worden vooral relevant bij:
- Grote groepsstructuren met hoge financieringslasten
- Internationale structuren
- Complexe herstructureringen
Praktijkvoorbeeld met berekening
Casus: TechStart Holding
Structuur:
- TechStart Holding BV (moeder) — ontvangt management fee
- TechStart Solutions BV (dochter 1) — bestaande IT-dienstverlening
- TechStart AI BV (dochter 2) — nieuwe startup, maakt verlies
Resultaten 2026:
| Vennootschap | Winst/verlies |
|---|---|
| TechStart Holding BV | €40.000 (management fee minus salaris) |
| TechStart Solutions BV | €160.000 |
| TechStart AI BV | -€80.000 |
| Totaal | €120.000 |
Scenario A: Zonder fiscale eenheid
| Vennootschap | Belastbaar | Vpb |
|---|---|---|
| Holding BV | €40.000 | €40.000 × 19% = €7.600 |
| Solutions BV | €160.000 | €160.000 × 19% = €30.400 |
| AI BV | -€80.000 | €0 (verlies vooruit) |
| Totaal Vpb | €38.000 |
Het verlies van €80.000 bij AI BV kan alleen worden verrekend met toekomstige winst van AI BV zelf. Dit kan jaren duren.
Scenario B: Met fiscale eenheid
| Berekening | Vpb | |
|---|---|---|
| Gezamenlijke winst | €40.000 + €160.000 - €80.000 = €120.000 | |
| Vpb (eerste schijf) | €120.000 × 19% | €22.800 |
| Totaal Vpb | €22.800 |
Vergelijking
| Zonder FE | Met FE | Verschil | |
|---|---|---|---|
| Vpb totaal | €38.000 | €22.800 | €15.200 besparing |
| Verliesbenutting | Verlies AI BV niet verrekend | Verlies direct verrekend | Cashflow-voordeel |
Conclusie: in dit geval is de fiscale eenheid zeer voordelig — een besparing van €15.200. Dit komt doordat het verlies van de AI-startup direct wordt verrekend met de winst van de andere vennootschappen.
Maar let op: zodra TechStart AI BV winstgevend wordt en de totale groepswinst boven €200.000 uitkomt, moet worden herbeoordeeld of de fiscale eenheid nog steeds voordelig is. Op dat moment verliest de groep namelijk de extra eerste schijven.
Berekening bij latere winstgevendheid:
Stel dat in 2028 alle drie de BV’s winstgevend zijn:
| Vennootschap | Winst |
|---|---|
| Holding BV | €50.000 |
| Solutions BV | €190.000 |
| AI BV | €90.000 |
| Totaal | €330.000 |
| Zonder FE | Met FE | |
|---|---|---|
| Vpb berekening | Elk apart 19% (alle < €200k) | €200k × 19% + €130k × 25,8% |
| Vpb totaal | €50k + €190k + €90k = €330k × 19% = €62.700 | €38.000 + €33.540 = €71.540 |
| Verschil | — | €8.840 meer belasting |
In dat scenario is verbreking van de fiscale eenheid verstandiger. Dit illustreert dat u de fiscale eenheid periodiek moet evalueren.
Samenvatting: beslisboom
Gebruik deze beslisboom om te bepalen of een fiscale eenheid voor uw situatie zinvol is:
| Vraag | Antwoord | Advies |
|---|---|---|
| Maakt een BV in de groep verlies? | Ja | Fiscale eenheid waarschijnlijk voordelig |
| Is de totale groepswinst onder €200.000? | Ja | Fiscale eenheid voordelig (geen schijfnadeel) |
| Is de totale groepswinst boven €200.000 en zijn alle BV’s winstgevend? | Ja | Fiscale eenheid waarschijnlijk nadelig |
| Plant u een verkoop van een dochter? | Ja | Fiscale eenheid niet aangeraden |
| Is hoofdelijke aansprakelijkheid een bezwaar? | Ja | Extra overweging tegen fiscale eenheid |
Lees ook onze artikelen over holding structuur opzetten en management fee vs DGA-salaris voor een compleet beeld van de fiscale optimalisatie van uw structuur.
Volgende stappen
Twijfelt u of een fiscale eenheid Vpb voor uw structuur verstandig is? Bij Wetaxus maken we een concrete berekening voor uw situatie:
- Scenario-analyse: we berekenen de Vpb met en zonder fiscale eenheid voor meerdere jaren
- Aanvraagbegeleiding: wij verzorgen het verzoek bij de Belastingdienst
- Jaarlijkse evaluatie: wij beoordelen elk jaar of de fiscale eenheid nog voordelig is
- Ontvoegingsbegeleiding: als verbreking verstandiger is, begeleiden wij het proces
Bekijk onze tarieven voor belastingadvies of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek. Wij zorgen ervoor dat uw structuur fiscaal optimaal is — nu en in de toekomst.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een fiscale eenheid voor de Vpb en voor de BTW?
Het zijn twee volledig aparte regelingen. Een fiscale eenheid Vpb combineert de winsten en verliezen van moeder- en dochtervennootschappen voor de vennootschapsbelasting. Een fiscale eenheid BTW combineert vennootschappen voor de omzetbelasting, zodat onderlinge leveringen niet met BTW belast worden. U moet ze apart aanvragen en ze hoeven niet dezelfde vennootschappen te omvatten.
Hoeveel procent van de aandelen moet de moeder bezitten?
De moedervennootschap moet minimaal 95% van de aandelen bezitten, zowel juridisch als economisch. Dit betekent 95% van het stemrecht én 95% van het recht op winst en vermogen. Bij een 100%-dochter is dit altijd het geval.
Kan een fiscale eenheid met terugwerkende kracht worden aangevraagd?
Ja, een fiscale eenheid Vpb kan met maximaal 3 maanden terugwerkende kracht worden aangevraagd. Het verzoek moet worden ingediend bij de Belastingdienst vóór het einde van de 3-maandsperiode. De Belastingdienst geeft een beschikking af waarin de ingangsdatum wordt bevestigd.
Wat gebeurt er met verliezen bij verbreking van de fiscale eenheid?
Bij verbreking worden verliezen toegerekend aan de vennootschap die ze heeft veroorzaakt. Verliezen die zijn ontstaan vóór de fiscale eenheid, blijven bij de oorspronkelijke vennootschap. Er gelden beperkingen voor de verrekening van verliezen na ontvoegen (sanctiebepaling artikel 15ai Wet Vpb).
Is een fiscale eenheid voordelig als beide BV's winst maken?
Niet altijd. Als beide BV's winstgevend zijn en elk onder de €200.000 winst blijven, verliest u door de fiscale eenheid een eerste schijf. Zonder fiscale eenheid betaalt elke BV 19% over de eerste €200.000. In de fiscale eenheid geldt de eerste schijf van €200.000 slechts één keer voor het totaal.
Zijn alle vennootschappen in de fiscale eenheid hoofdelijk aansprakelijk?
Ja, alle vennootschappen in de fiscale eenheid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de Vpb-schuld van de gehele eenheid. Dit betekent dat als de moedervennootschap niet kan betalen, de Belastingdienst de dochter(s) kan aanspreken — en andersom. Dit risico moet u meewegen in uw beslissing.