← Terug naar Kennisbank

Ruisende inbreng: afrekenen bij omzetting naar BV (2026)

Wetaxus Team, Fiscaal specialisten, Wetaxus B.V. · · Bijgewerkt: 3 juli 2026

Kort antwoord: Bij een ruisende inbreng brengt u uw eenmanszaak tegen de werkelijke waarde in een BV in en rekent u direct af over de stakingswinst — de stille reserves plus de goodwill. In ruil krijgt de BV een step-up: zij boekt de activa tegen werkelijke waarde en heeft daardoor meer afschrijvingspotentieel.

Wie zijn eenmanszaak omzet naar een BV, kiest tussen twee inbrengroutes: geruisloos of ruisend. Bij de ruisende variant betaalt u meteen belasting over de meerwaarde in uw onderneming. Dat klinkt als een nadeel, en vaak is het dat ook — maar er zijn concrete situaties waarin ruisend juist de fiscaal slimmere keuze is. In dit artikel leest u hoe de afrekening werkt, welke verzachters de heffing verlagen, en wanneer u bewust voor ruisend kiest.

Weet u niet zeker of afrekenen in uw geval verstandig is? Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek — dan rekenen we de ruisende en de geruisloze route naast elkaar door.

Wat is de ruisende inbreng?

Bij een ruisende inbreng brengt u de onderneming in de BV in tegen de werkelijke waarde van de activa en passiva. Het verschil tussen die werkelijke waarde en de boekwaarde — de stille reserves — wordt op dat moment gerealiseerd als stakingswinst. Fiscaal wordt u geacht uw onderneming te hebben gestaakt, en die stakingswinst valt in box 1.

Tegenover die directe heffing staat een voordeel: de BV verkrijgt de activa tegen de werkelijke waarde als fiscale boekwaarde. De BV start dus met een hogere balanswaarde, wat leidt tot hogere afschrijvingen en een lagere belastbare winst in de jaren daarna. Dat afschrijvingspotentieel is precies waar de ruisende route zich onderscheidt van de geruisloze inbreng, waarbij de boekwaarden ongewijzigd doorschuiven en er geen directe afrekening plaatsvindt.

De afrekening: hoe wordt de stakingswinst bepaald?

De stakingswinst is het hart van de ruisende inbreng. Zij bestaat uit twee hoofdcomponenten, eventueel aangevuld met vrijvallende fiscale reserves:

  • Stille reserves — het verschil tussen de werkelijke waarde en de fiscale boekwaarde van uw bedrijfsmiddelen (denk aan een bedrijfspand of machines die meer waard zijn dan hun boekwaarde).
  • Goodwill — de commerciële meerwaarde van de onderneming die niet op de balans staat.
  • Fiscale reserves — reserves zoals de oudedagsreserve of de herinvesteringsreserve vallen bij staking vrij en tellen mee in de stakingswinst.

Hoe u stille reserves en goodwill waardeert, leest u in ons artikel over goodwill en stille reserves bij omzetting. De totale stakingswinst wordt belast in box 1 tegen de schijventarieven van 2026: 35,75% tot ongeveer €38.883, 37,56% daarboven en 49,5% boven ongeveer €78.426. De belastingdruk kan dus fors oplopen.

Verzachters die de heffing verlagen

Gelukkig staat de volle heffing zelden op de rekening. Een aantal faciliteiten drukt de directe belastingdruk:

VerzachterEffect
StakingsaftrekEenmalige aftrekpost van maximaal €3.630 op de stakingswinst
MKB-winstvrijstelling12,7% van de winst is vrijgesteld — in beginsel ook op de stakingswinst
StakingslijfrenteEen deel van de stakingswinst omzetten in een aftrekbare lijfrentepremie, waardoor de heffing (deels) wordt uitgesteld

De stakingslijfrente is de krachtigste verzachter. U zet een deel van de stakingswinst om in een lijfrentepremie die u direct in aftrek brengt; de belasting volgt pas bij uitkering, doorgaans in een lager tarief rond de pensioenleeftijd. Bij een groot pensioentekort kan een aanzienlijk deel van de stakingswinst zo worden ondergebracht, waardoor de netto directe last sterk daalt. De maximale extra lijfrentepremieaftrek bij staking is leeftijdsafhankelijk en bedraagt in 2026 €574.867 (rond de AOW-leeftijd, bij invaliditeit of overlijden), €287.445 (vanaf tien jaar vóór de AOW-leeftijd of bij een direct ingaande lijfrente) of €143.732 (overige gevallen).

Terugwerkende kracht: tot drie maanden

De ruisende inbreng kent een terugwerkende kracht van maximaal drie maanden. Sluit u de voorovereenkomst vóór 1 april, dan werkt de omzetting terug tot 1 januari van hetzelfde jaar. Dat is korter dan de negen maanden bij de geruisloze inbreng, waar de intentieverklaring vóór 1 oktober volstaat. Wilt u ruimer terugwerken, dan is dat een argument voor de geruisloze route. De volledige spelregels en deadlines vindt u in ons artikel over terugwerkende kracht bij omzetting naar een BV.

De procedure bij een ruisende inbreng

De ruisende inbreng verloopt eenvoudiger dan de geruisloze variant, juist omdat u geen beschikking van de Belastingdienst hoeft af te wachten. In grote lijnen doorloopt u vier stappen. Eerst laat u de werkelijke waarde van de onderneming vaststellen; die taxatie vormt zowel de basis voor de stakingswinst als de fiscale beginbalans van de BV. Vervolgens richt de notaris de BV op, waarbij de onderneming als inbreng in natura in de akte wordt beschreven — voor de oprichting van een BV is een notariële akte vereist. Bij inbreng in natura hoort een door de oprichters ondertekende inbrengbeschrijving van het vermogen (artikel 2:204a BW); een accountantsverklaring is daarbij sinds de invoering van de flex-BV in 2012 niet meer vereist. Ten slotte geeft u de stakingswinst aan in uw aangifte inkomstenbelasting over het jaar van inbreng en schrijft u de eenmanszaak uit bij de Kamer van Koophandel. Een eventuele stakingslijfrentepremie brengt u in datzelfde jaar in aftrek.

Wanneer is een ruisende inbreng juist de slimmere keuze?

Ondanks de directe afrekening zijn er situaties waarin ruisend de voorkeur verdient boven geruisloos:

  1. Beperkte stille reserves. Zijn de stille reserves en goodwill klein, dan is de afrekening beheersbaar en profiteert de BV meteen van de step-up.
  2. Verrekenbare verliezen. Hebt u nog te verrekenen verliezen in box 1, dan kunt u de stakingswinst daarmee (deels) compenseren. De directe heffing valt dan mee, terwijl de BV toch een hogere balanswaarde krijgt.
  3. Groot pensioentekort. Met een stakingslijfrente zet u een fors deel van de stakingswinst weg tegen aftrek, waardoor de netto directe last richting nihil kan gaan.
  4. Afschrijvingspotentieel gewenst. Wilt u dat de BV afschrijft over de werkelijke waarde van bijvoorbeeld machines of inventaris, dan levert de step-up dat op. Let op: voor gebouwen in eigen gebruik geldt een harde afschrijvingsbeperking — de bodemwaarde is 100% van de WOZ-waarde, zodat op een bedrijfspand in de BV doorgaans niet meer kan worden afgeschreven zodra de boekwaarde de WOZ-waarde raakt.
  5. Aandelen snel overdragen. Bij de geruisloze inbreng geldt een driejaars vervreemdingsverbod; bij ruisend niet. Wie op korte termijn (een deel van) de aandelen wil verkopen of een investeerder wil laten instappen, kiest daarom eerder voor ruisend.

Twijfelt u waar het omslagpunt tussen eenmanszaak en BV voor u ligt? Reken uw eigen situatie door met de BV of eenmanszaak-calculator, of lees eerst de bredere pijlerpagina over eenmanszaak omzetten naar een BV.

Rekenvoorbeeld: de afrekening in beeld

Stel: uw eenmanszaak heeft een bedrijfspand met een boekwaarde van €180.000 en een werkelijke waarde van €300.000 (een stille reserve van €120.000), plus een goodwill van €90.000. De stakingswinst bedraagt dan €120.000 + €90.000 = €210.000.

  • Scenario A — ruisend zonder stakingslijfrente. Na de stakingsaftrek van €3.630 en de MKB-winstvrijstelling van 12,7% resteert een belaste grondslag van ongeveer €180.000. Bij een groot deel in het toptarief van 49,5% komt de heffing uit op grofweg €75.000 tot €90.000, afhankelijk van uw overige inkomen — direct te betalen.
  • Scenario B — ruisend mét stakingslijfrente. U zet een groot deel van de stakingswinst om in een aftrekbare lijfrentepremie. Daardoor daalt de belaste stakingswinst sterk en verschuift de heffing naar het moment van uitkering, vaak tegen een lager tarief. De netto directe last kan zo een fractie van Scenario A worden.

In beide scenario’s boekt de BV het pand voor €300.000 en de goodwill voor €90.000. De hogere balanswaarde levert extra afschrijvingsruimte op de bedrijfsmiddelen op, al is die op de goodwill beperkt.

Wat gebeurt er met de aandelen en box 2?

Na de ruisende inbreng houdt u aandelen in de BV. Met een belang van 5% of meer valt dit in box 2, het aanmerkelijk belang. Toekomstige dividenduitkeringen worden belast in box 2 (24,5% in de eerste schijf, 31% daarboven). Een bijkomend voordeel van ruisend: de verkrijgingsprijs van de aandelen in box 2 is gelijk aan de werkelijke waarde van de ingebrachte onderneming, wat de latere aanmerkelijkbelangclaim bij verkoop verkleint. Bij de geruisloze inbreng is die verkrijgingsprijs juist lager (de doorgerolde boekwaarden), met een grotere AB-claim tot gevolg.

Veelgemaakte misverstanden bij een ruisende inbreng

Rond de ruisende inbreng leven een paar hardnekkige misverstanden. Het eerste: dat afrekenen altijd ongunstig is. Dat is niet zo — met verrekenbare verliezen of een goed benutte stakingslijfrente kan de netto directe last laag of zelfs nihil zijn, terwijl de BV toch een step-up krijgt. Het tweede misverstand is dat de step-up de heffing vanzelf terugverdient. De hogere afschrijvingsbasis levert een voordeel op, maar dat spreidt zich uit over jaren en weegt lang niet altijd op tegen de directe heffing in box 1. Reken daarom altijd beide routes door.

Een derde misverstand betreft de goodwill: veel ondernemers verwachten die na de step-up ruim te kunnen afschrijven, terwijl de afschrijfbaarheid van via een inbreng verkregen goodwill in de vennootschapsbelasting beperkt is. Wilt u goodwill wél afschrijven, dan is een activa-passiva transactie vaak passender. Ten slotte denken sommigen dat ruisend en geruisloos tot vlak voor de notaris uitwisselbaar zijn; in werkelijkheid bepaalt uw keuze de vereiste documenten en de deadlines voor terugwerkende kracht, dus maak de afweging vroeg in het traject.

Geruisloze versus ruisende inbreng

AspectRuisende inbrengGeruisloze inbreng
Directe IB-heffingJa, over de stakingswinstNee, uitgesteld
Balanswaarde in de BVWerkelijke waarde (step-up)Fiscale boekwaarde
Terugwerkende krachtTot 3 maanden (vóór 1 april)Tot 9 maanden (vóór 1 oktober)
Vervreemdingsverbod aandelenNeeJa, 3 jaar
ProcedureGeen aparte beschikkingVerzoek + beschikking
Stakingslijfrente en stakingsaftrekJaNee (geen staking)

Voor de meeste ondernemers met forse stille reserves en goodwill is de geruisloze inbreng de standaardkeuze, omdat de directe belastingdruk wordt vermeden. Maar standaard is niet altijd optimaal — de afweging hangt af van uw persoonlijke fiscale positie.

Ruisende inbreng op een rij

OnderwerpRegel
Afrekening bij omzettingJa — over de stakingswinst (stille reserves + goodwill)
BelastingboxBox 1, tarieven 35,75% / 37,56% / 49,5%
StakingsaftrekEenmalig maximaal €3.630
Belangrijkste verzachterStakingslijfrente (uitstel tot uitkering)
Voordeel voor de BVStep-up: hogere afschrijvingsbasis
Terugwerkende krachtMaximaal 3 maanden (voorovereenkomst vóór 1 april)
VervreemdingsverbodGeen — aandelen direct overdraagbaar
Beste keuze bijLage reserves, verrekenbare verliezen, pensioentekort, snelle overdracht

Plan uw omzetting met Wetaxus

De ruisende inbreng is geen slechtere keuze dan de geruisloze — het is een andere keuze, met een andere afweging. De directe afrekening over de stakingswinst is reëel, maar de step-up in de BV, de vrijheid om aandelen snel over te dragen en de mogelijkheid om een stakingslijfrente te benutten maken ruisend in specifieke situaties juist aantrekkelijker. De uitkomst hangt af van uw stille reserves, uw pensioentekort, uw eventuele verliezen en uw plannen op termijn.

Bij Wetaxus rekenen we de ruisende en de geruisloze route naast elkaar door, bepalen we de stakingswinst en de verzachters en kiezen we samen de variant die bij uw cijfers past — zodat u met cijfers in de hand beslist.

Klaar om uw eenmanszaak fiscaal optimaal om te zetten? Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek met onze belastingadviseurs in Amsterdam.

Veelgestelde vragen

Wat is een ruisende inbreng?

Bij een ruisende inbreng brengt u uw eenmanszaak tegen de werkelijke waarde in een BV in. Anders dan bij de geruisloze inbreng rekent u op dat moment wél af over de stille reserves en de goodwill. In ruil krijgt de BV een hogere fiscale boekwaarde — een step-up — en daarmee meer afschrijvingspotentieel.

Hoe wordt de stakingswinst bij ruisende inbreng berekend?

De stakingswinst is het verschil tussen de werkelijke waarde en de boekwaarde van uw onderneming. Concreet bestaat die uit de stille reserves in de bedrijfsmiddelen plus de goodwill, aangevuld met eventuele vrijvallende fiscale reserves. Over dat bedrag rekent u af in box 1, na aftrek van de stakingsaftrek en eventuele verzachters.

Wat is de stakingsaftrek in 2026?

De stakingsaftrek is een eenmalige aftrekpost van maximaal €3.630 die de belaste stakingswinst verlaagt. U kunt de stakingsaftrek slechts één keer in uw leven benutten. Het is de eerste verzachter die de directe heffing bij een ruisende inbreng verkleint.

Wat is een stakingslijfrente?

Met een stakingslijfrente zet u een deel van de stakingswinst om in een lijfrentepremie. Die premie is direct aftrekbaar van de stakingswinst, zodat u de heffing (deels) uitstelt tot het moment van uitkering — vaak tegen een lager tarief. Zo kan een stakingslijfrente de directe belastingdruk fors verlagen.

Wanneer is een ruisende inbreng slimmer dan een geruisloze?

Ruisend is aantrekkelijk als uw stille reserves beperkt zijn, als u verrekenbare verliezen hebt om de stakingswinst mee te compenseren, als u een groot pensioentekort kunt vullen met een stakingslijfrente, of als u de aandelen snel wilt kunnen overdragen. Ook wie afschrijvingspotentieel in de BV wil, kiest soms bewust voor ruisend.

Hoeveel terugwerkende kracht heeft een ruisende inbreng?

De ruisende inbreng kent een terugwerkende kracht van maximaal drie maanden. Sluit u de voorovereenkomst vóór 1 april, dan werkt de omzetting terug tot 1 januari van hetzelfde jaar. Dat is korter dan de negen maanden bij de geruisloze inbreng.

Krijgt de BV een step-up bij een ruisende inbreng?

Ja. Omdat u afrekent over de werkelijke waarde, boekt de BV de activa tegen die werkelijke waarde in plaats van de oude boekwaarde. Deze step-up levert een hogere afschrijvingsbasis op de bedrijfsmiddelen op, wat de belastbare winst van de BV in de jaren daarna verlaagt.

Moet ik voor een ruisende inbreng een beschikking aanvragen?

Nee. Anders dan bij de geruisloze omzetting is er geen aparte beschikking van de Belastingdienst nodig. U geeft de stakingswinst aan in uw aangifte inkomstenbelasting over het jaar van inbreng. Dat maakt de procedure eenvoudiger dan de geruisloze route.

Heeft u vragen over dit onderwerp?

Onze specialisten helpen u graag met persoonlijk advies over uw specifieke situatie.

WhatsApp
Bel ons
E-mail